Deze maatregel treft precaire gezinnen bijzonder hard. Zij zullen vele duizenden euro’s op jaarbasis verliezen
Bron www.demorgen.be
Frauke Devriendt is OCMW-jurist. In het dossier van de leeflonen kiest de regering de strategie van de pletwals, meent zij.
Dit artikel is geschreven door Frauke Devriendt Gepubliceerd op 30 maart 2026.
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd zal de komende maanden duizenden extra mensen richting het OCMW duwen. Maar terwijl alle ogen op deze hervorming gericht zijn, heeft de regering nog een andere ingreep doorgevoerd die voorlopig grotendeels onder de radar blijft en die de druk op gezinnen en OCMW’s nog verder zal verhogen. De regering heeft namelijk het onbeperkt combineren van leeflonen binnen een gezin, ook wel bekend als de cumulatie van leeflonen van samenwonenden, aan banden gelegd.
Het idee stond al lang op het verlanglijstje van N-VA. Minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) kondigde de maatregel in november 2025 aan en voerde ze sinds 1 maart 2026 samen met minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) officieel in.
Maar wat verandert er precies? Wanneer iemand voorheen leefloon kwam aanvragen, hoefde het OCMW bij de berekening van de bestaansmiddelen enkel rekening te houden met de inkomsten van de samenwonende partner, en eventueel – naar eigen inzicht – met het inkomen van enkele andere samenwonende gezinsleden. Dat wordt nu gewijzigd. De maatschappelijk assistent moet nu verplicht rekening houden met de inkomsten van de echtgenoten, wettelijk samenwonenden, levenspartners, ouders, kinderen, schoonouders, schoonkinderen, adoptieouders en adoptiekinderen, of – samengevat – alle onderhoudsplichtigen. Een maatregel die de betekenis van familiale solidariteit binnen de sociale bijstand volledig herschrijft.
De gevolgen van deze wijziging zijn verre van onschuldig. Om te beginnen maakt dit het werk van de maatschappelijk assistent er niet gemakkelijker op, hij moet nu een veel uitgebreider sociaal onderzoek voeren.
Bovendien is de nieuwe berekeningswijze bijzonder complex. Kort na de verspreiding van de omzendbrief moest de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke Integratie al een FAQ lanceren om alles te verduidelijken. Toen ik vorige week op een teamvergadering liet vallen dat ik er als jurist amper nog wijs uit geraak, slaakte het hoofd van de maatschappelijk assistenten een zucht van opluchting. Het stelde haar gerust dat zij niet de enige was en dat het niet aan haar lag.
Het minste dat je daarbij kan zeggen is dat de timing van deze wetgeving heel ongelukkig is. Op 1 maart volgde namelijk de tweede golf werklozen die bij het OCMW komen aankloppen omdat ze hun uitkering wegens de beperking in de tijd verliezen. Sindsdien word ik, net als mijn collega’s, overspoeld met mails.
Het illustreert perfect de werkwijze van deze regering. Dit gaat namelijk niet om een kleine wetswijziging, die je er even snel doorduwt. Het gaat om wetgeving met grote repercussies voor gezinnen én OCMW’s, die je normaal doorvoert na zorgvuldige afweging en uitgebreid overleg met de stakeholders en de lokale besturen. De regering heeft echter anders beslist en kiest de strategie van de pletwals.
Daarnaast treft deze maatregel precaire gezinnen bijzonder hard. Enkele berekeningen deze week maakten mij duidelijk dat zij vele duizenden euro’s op jaarbasis zullen verliezen. Hoe leg je zoiets uit aan je cliënten? Ik vrees zelfs dat de maatregel zodanig ver gaat, dat hun menswaardig bestaan enorm onder druk zal komen te staan.
Of we hiermee ook werkelijk zullen besparen, is nog maar de vraag. Wat als besparing wordt verkocht, dreigt in feite gewoon een verschuiving van de kosten te worden: van de begroting naar de gezinnen, de hulpverlening en de OCMW’s. Gezinnen riskeren bijvoorbeeld diepere schulden te maken omdat ze niet rondkomen, wat leidt tot langdurige financiële stress en betalingsachterstanden. Het kan ook doorsijpelen naar het werk en de mentale gezondheid met chronische stress, slapeloze nachten en uiteindelijk burn-outs of gezondheidsproblemen als gevolg.
Daarnaast voelen ook OCMW’s de druk. Meer dossiers, complexere berekeningen en toenemende crisissituaties zorgen voor extra werkbelasting bij maatschappelijk assistenten, met risico op uitval, fouten of vertragingen.
Ironisch genoeg kondigde de POD Maatschappelijke Integratie deze week haar strategisch plan voor de komende vier jaar aan, met prioriteit nummer één: de verbetering van de eerbiediging van sociale grondrechten. Ik kon het moeilijk ernstig nemen.
Tot op zekere hoogte kan ik nog begrijpen dat we excessen willen weren en dat een eindeloze combinatie van leeflonen ook onrechtvaardig kan zijn. Maar zelfs onder de oude wetgeving had het OCMW absoluut voldoende instrumenten om die gevallen aan te pakken; het leefloon was wel degelijk moduleerbaar. De anekdotische voorbeelden die politici aanhaalden, bestonden inderdaad, maar het waren uitzonderlijke situaties.
Bovendien zijn ze niet vrij van zonden, want zij zetelen per slot van rekening in het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, het politiek orgaan dat élk leefloondossier finaal goedkeurt op voorstel van een maatschappelijk assistent.
Dat doet mij besluiten dat dit dossier vooral symboolpolitiek is om van leer te trekken tegen ‘het profitariaat’. Spijtig genoeg slaat de slinger nu wel erg ver door naar de andere kant. Ik word er moedeloos van. De regering zit nog maar een jaar in het zadel en de druk die ik momenteel voel als jurist én als mens, gaat voor mij al ver voorbij het redelijke. Ik snak in elk geval (nu al) naar meer ademruimte en ik weet dat ik niet de enige ben.


