Nieuws uit Ninove (8) Waarom extreemrechts vijanden nodig heeft – 30 januari 2026
Wat hebben Joost Arents, gewezen schepen in Ninove, linkse partijen in Vlaanderen en joden in de jaren dertig gemeen? Ze kregen allemaal van extreemrechts te horen dat ze ratten zijn. Er zijn nog tal van andere voorbeelden. De bedoeling is duidelijk: Mensen afschilderen als gevaarlijk en als niet passend binnen onze samenleving. Het gaat om vijanden, om vuil ongedierte dat uitgeroeid moet worden. Het woord rat is dan ook niet onschuldig. Het is niet zomaar een grof scheldwoord van boze mensen. Het ontmenselijkt, en dat is een gevaarlijke eerste stap richting geweld. Misschien vraag je je af waarom Joost Arents jarenlang het R-woord te horen kreeg? In 2018 koos hij de kant van de democratische partijen en maakte hij het onmogelijk dat Forza Ninove aan de macht kwam. Dat verdient wat mij betreft veel respect, maar Forza Ninove zag in 2018 haar droom om aan de macht te komen uiteenspatten en dat vond de partij onvergeeflijk. Tegelijkertijd wilde men een voorbeeld stellen: wie ons negeert, zal jaren keihard gebasht worden. Het is een strategie van intimidatie.
Arthur Jay Finkelstein was een Amerikaans politiek strateeg die tal van rechtse en extreemrechtse politici adviseerde, zowel in de Verenigde Staten als daarbuiten, vaak met groot succes. Ronald Reagan, Benjamin Netanyahu en Victor Orban boekten dankzij hem stevige verkiezingsoverwinningen. Centraal bij Finkelstein staat het concept van “the construction of the enemy”. Er moet altijd een vijand zijn en die wordt voortdurend keihard aangevallen. Bestaat die vijand niet, dan moet hij worden geconstrueerd. Zo werd George Soros het mikpunt van Victor Orban, want Soros zou een absolute bedreiging zijn voor de waarden en de identiteit van het Hongaarse volk.
Finkelstein adviseerde Republikeinse politici om hun tegenstanders – de Democraten – systematisch te associëren met negatieve eigenschappen. Ze moesten verachtelijk worden in de ogen van twijfelende kiezers. De verkiezingsstrijd mocht niet langer gaan tussen twee politieke tegenstanders met elk een eigen ideologie en narratief. Neen, de Democraten moesten worden voorgesteld als vijanden: vijanden van het Amerikaanse volk, van de Amerikaanse staat, van de Amerikaanse beschaving. En vijanden, zo luidt de logica, moeten hard bestreden worden.
Donald Trump trekt die lijn consequent door. Hij besteedt vaak meer tijd aan het aanvallen van mensen en groepen, dan aan het formuleren van eigen beleidsvoorstellen. Hij is ook een meester van de herhaling. Denk maar aan termen als “crooked Hillary” en “sleepy Joe.” Zulke frames blijven hangen, zeker bij kiezers die de actualiteit oppervlakkig volgen. Door migranten, China of linkse politici af te schilderen als existentiële dreigingen, probeert Trump de groepsidentiteit te versterken: wij tegen zij, de goeden tegen de slechten. Intussen is ook Europa bij “de slechten” beland.
Anders gezegd: extreemrechts heeft vijanden nodig om de eigen achterban te mobiliseren en mensen ervan te overtuigen dat zij bedreigd zijn door een externe, zogenaamd volksvreemde kracht. In Ninove zie je dat mechanisme even goed aan het werk. Forza Ninove heeft zes jaar lang op Joost Arents ingebeukt en de meerderheid als links bestempeld, terwijl de grootste partij binnen de meerderheid en de burgemeester liberaal waren. Van een links bestuur kon dus bezwaarlijk sprake zijn. Guy D’Haeseleer paste daarbij nog een ander advies van Finkelstein toe: een eenvoudige boodschap dag en nacht herhalen, tot ze blijft hangen bij je doelgroep.
Populisten vind je niet alleen bij extreemrechts, maar ik wil hier toch even citeren wat Tom Naegels onlangs in de Standaard schreef over populisme. Het sluit nauw aan bij wat vandaag gebeurt in Ninove, Washington en op vele andere plaatsen in de wereld: “Eis voortdurend de aandacht op. Spreek kiezers aan op hun emoties, niet op hun ratio. Straal energie uit. Zoek het conflict op, dat veroorzaakt opwinding, zoals een straatgevecht dat doet bij de omstanders. Creëer een vijandbeeld, daardoor zullen kiezers zich met jou verbonden voelen in een ‘wij’ tegen een ‘zij’. Focus op morele kwesties, die zijn makkelijker te begrijpen dan complexe beleidszaken. Ga nooit in de verdediging. Val de traditionele media aan. Communiceer via je eigen kanalen, in een heldere, eenvoudige taal; vermijd de taal van hoogopgeleiden.”
Vandaag gaat Forza Ninove onverminderd op die weg verder. In de gemeenteraad aarzelt burgemeester D’Haeseleer niet om leden van de oppositie snoeihard aan te vallen en slagen onder de gordel uit te delen. Voor Forza Ninove gaat het niet om een democratisch debat tussen politici met soms een verschillende mening, maar om een oorlog tegen tegenstanders die worden voorgesteld als een gevaar voor de Ninovieters. De voorbije maanden was D’Haeseleer gul met het oplijsten van vermeende vijanden die Ninove zouden bedreigen. Zo haalde hij onder meer uit naar asielzoekers en naar het ABVV – denk aan het verbod op flyeren op de markt.
Wat de Amerikaanse strateeg Finkelstein beschreef en wat Forza Ninove vandaag doet, heeft ook te maken met wat Dominique Willaert over affectieve polarisatie schrijft in zijn nieuw boek, “En wat nu? De coup van Trump en de superrijken”. Ik herneem enkele zinnen. ‘Extreemrechts past een strategie toe waarbij ze bewust de rede uitschakelt en mensen rechtstreeks in de onderbuik aanspreekt. In de publieke sfeer vervangt extreemrechts rationele argumenten door emotioneel geladen beelden en boodschappen die angst, woede en afkeer oproepen. (…) Affectieve polarisatie triggert onze instincten en vervolgens neemt ons vermogen om op basis van feiten en argumenten overwegingen te maken danig af. (…) Affectieve polarisatie tracht te verhinderen dat we empathie voor mensen buiten de eigen groep opbrengen.’ Willaert wijst ook op een belangrijk gevolg van deze strategie: factchecks zijn meestal ineffectief, want in een context van affectieve polarisatie botsen feiten niet op onwetendheid, maar op emotionele verdedigingsmuren. Mensen verwerpen feiten omdat ze botsen met hun identiteit, hun groep en hun gevoel van veiligheid. In gepolariseerde samenlevingen is overtuiging minder een kwestie van wat waar is dan van wie wij zijn. Wat werkt dan wel? In de eerste plaats moet je een eigen, wervend verhaal met een emotionele lading brengen, wat een werk van vele jaren is. Laten we ook humor niet vergeten, iets waar autoritaire leiders bijzonder slecht tegen kunnen.
Het helpt uiteraard niet dat algoritmes op sociale media negatieve boodschappen sneller en verder verspreiden dan positieve. Het helpt evenmin dat sommige politici uit democratische partijen taal en analyses van extreemrechts overnemen. De slinger is de voorbije jaren de verkeerde kant uitgegaan, en veel te ver. Het zal van ons allemaal een langdurige inspanning vergen om die slinger weer de andere kant op te duwen. Zoals Jeroen Olyslaegers onlangs in de Morgen schreef na de tweede dode door het optreden van grenspolitie ICE: “De haters juichen bij zoveel lafheid. Met hun pesterige bots en humorloze trollen doen ze of ze met veel zijn. Die verf pakt niet. Het gros van de mensen wil niet dat zijn kind een bullebak blijkt of een moordenaar, maar iemand die een ander te hulp snelt. De meerderheid is gesteld op wat fatsoen, rechtvaardigheid en menselijkheid.”
Luc Barbé


