Opinie

‘Wij zijn van Nienof!’ is een door en door problematische documentairereeks

Dominique Willaert is auteur van Niet alles maar veel begint bij luisteren, over het succes van uiterst rechts in de Denderstreek.

Dominique Willaert31 oktober 2024, 03:00

In een zesdelige documentairereeks, Wij zijn van Nienof!, te zien op Play 4, belooft journalist Diederik Van den Abeele van productiehuis Heartmade Media BV ons een inkijk te geven in de ziel van Ninove en haar inwoners in de aanloop naar de lokale verkiezingen van 2024. De reeks ontving van het Vlaams Audiovisueel Fonds 225.000 euro scenario- en productiesteun. Het Fonds Pascal Decroos gaf de reeks 10.000 euro aan steun.

De programmamaker zette zijn programma in de zomer van 2023 als volgt in markt: “Politiek analisten voorspellen dat Guy D’haeseleer, de kopman van extreemrechts, na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2024 een absolute meerderheid zal halen en burgemeester van Ninove zal worden. Gevreesd wordt dat er dan een revolutie in Vlaanderen zal uitbreken waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Maar is deze sombere voorspelling wel terecht? Feit is dat het onbehagen over de toenemende migratiestroom en de daarbij horende problemen almaar groter wordt. Deze uitgesproken keuze voor extreemrechts is niet alleen een opmerkelijke trend in Ninove, maar ook in de rest van Vlaanderen en Europa.”

MODUS OPERANDI

In deze pitch schuilt de kern van deze door en door problematische documentairereeks. Ze normaliseert en banaliseert de modus operandi van Forza Ninove. Ze doet dit door vanaf minuut één te vertrekken vanuit de frames die het Vlaams Belang al jarenlang hanteert. De eerste aflevering opent met de uitspraak: “Er zijn de voorbije jaren veel nieuwkomers in Ninove komen wonen en dat zorgt voor veel onrust bij de oorspronkelijke bewoners. Velen denken dat Guy D’haeseleer de nieuwe burgemeester zal worden.”

Deze uitspraak bootst kritiekloos het frame na dat Forza Ninove en Vlaams Belang over Ninove ophangen. De maker stelt zich niet de vraag wie de nieuwkomers zijn, vanuit welke motieven ze naar de Denderstreek verhuizen en bij wie hun komst al dan niet tot onrust leidt. Als maker zou je een documentairereeks over Ninove evengoed kunnen openen met de uitspraak dat ondanks de ingrijpende veranderingen in Ninove het grootste deel van de bevolking erin slaagt om begripvol met elkaar samen te leven, maar dit zou wellicht ‘saaie en onverkoopbare televisie’ opleveren.

Wat later lanceert Van den Abeele een tweede frame: “In Ninove is het stadspark een van de meest besproken plekken van de stad. Vooral oudere mensen zijn bang om hier nog te komen.” Als kijker krijg je geen sociologische of feitelijke onderbouw van deze manipulatieve uitspraak. De programmamaker dringt ons dit frame op en in wat volgt krijg je een opeenvolging van gelijkaardige frames die het Vlaams Belang zowel in hun discours als in hun programma hanteren. Wij zijn van Nienof! wordt op deze manier een vehikel voor de verdere normalisering van radicaal-rechts in Vlaanderen.

Het is wijlen professor en linguïst Jan Blommaert die ons leerde dat de woorden en beelden die we gebruiken nooit onschuldig of neutraal zijn. De werkelijkheid op zich bestaat niet. Het is in de manier waarop we onze woorden en beelden kiezen dat we als maker bepalen welke werkelijkheid we aan de kijker voorschotelen. De keuze die Van den Abeele in We zijn van Nienof! maakt is een prototype van hoe sommige programmamakers in hun jacht op aandacht, succes en clicks radicaal-rechtse partijen normaliseren en op die manier groter maken.

‘GRAP OVER CHOCOMOUSSE’

Van den Abeele voelt Forza Ninove-kopman Guy D’haeseleer op een doorzichtige manier aan de tand over de heftige periode waarin D’Haeseleer enkele jaren terug in terechtkwam. “Hoe zat dat weer in elkaar?”, vraagt de maker gespeeld achteloos. “Elk jaar maken we filmpjes ter voorbereiding van ons meerdaags eetfestijn”, antwoordt D’haeseleer. “Voor we filmpjes gebruikten, maakte ik gebruik van Facebook-posts om ons Breugel-buffet met kip, rijst en chocomousse aan te kondigen. Ik plaatste een Facebook-post over chocomousse, met een foto van zwarte mensen in een zwembad. Dat heeft een krant er dan uitgelicht. Ze hebben er iets heel groots van gemaakt. Dat was een grote schande. Toen was het even giftig.”

Waarna Van den Abeele vraagt: “Zou je dat vandaag opnieuw doen, die grap van de chocomousse? Of pas je daar mee op nu?” De maker omschrijft wat voor heel wat mensen als een racistisch incident wordt gekaderd als “een grap”.

Met zijn vraag over “de grap van de chocomousse” rolt de maker opnieuw de rode loper voor de Forza Ninove-kopman. “Ik ben voor absolute, vrije meningsuiting. Ik ben daar nogal principieel in. Ik vind dat je alles moet kunnen zeggen wat je wilt.” D’haeseleer zegt niet meer of minder dan dat hij op geen enkele manier afstand doet van zijn racistische uitlatingen uit het verleden. Hij herbevestigt hiermee het racistische karakter van zijn partij, terwijl de maker het bij “een grap” houdt. In het programma komt er geen enkele bewoner met een migratieachtergrond in beeld of aan het woord rond de vraag wat de racistische agenda van Foza Ninove met hen doet.

In We zijn van Nienof! wordt op een kritiekloze manier het politiek dienstbetoon van Guy D’haeseleer in beeld gebracht. We krijgen in beeld hoe de Forza-kopman eten aan huis brengt en even later gaan we mee op reis, samen met de drie bussen met de kinderen en hun ouders, op daguitstap naar Bellewaerde.

Forza Ninove betaalt de tickets, het vervoer en ook nog een hapje en drankje. “Over een jaar zijn het gemeenteraadsverkiezingen en ik weet al voor wie u gaat stemmen”, zegt Van den Abeelde tegen een van de Ninovieters op weg naar Bellewaerde. Het is niet de laatste keer dat Van den Abeele over een glazen bol lijkt te beschikken. Tegen D’haeseleer reageert hij als volgt: “Is dat iets wat je graag doet, met mensen op uitstap gaan?”

Waarop D’haeseleer antwoordt: “Als je met zoveel mensen op uitstap gaat, dan moet ik er bij zijn. Misschien heeft een aantal mensen nog vragen die ze me willen stellen over bepaalde problemen die ze hebben. Dan kan ik er direct nota van nemen en kan ik er nadien mee aan de slag. Ik ben van opleiding trouwens sociaal werker”, besluit hij smalend.

De kijker leert niet hoe Guy D’haeseleer met behulp van heel wat belastinggeld een staat naast de staat creëert

Van den Abeele weigert aan de kijker uit te leggen en te tonen dat D’haeseleer als verkozen Vlaams Parlementslid nauwelijks tot nooit aanwezig is op de commissievergaderingen en plenaire vergaderingen van het Vlaams Parlement. De maker toont ons niet hoe D’haeseleer de voorbije jaren gemiddeld tussen de 150.000 en 200.000 euro belastinggeld opstreek als deelstaatsenator, fractievoorzitter en lid van het Bureau van de Senaat, als Vlaams Parlementslid, gemeenteraadslid en als lid van de OCMW-raad en van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD).

De kijker leert niet hoe D’haeseleer met behulp van heel wat belastinggeld een staat naast de staat creëert, of nog scherper gesteld: Van den Abeele toont ons zonder dat hij het wellicht zelf doorheeft hoe D’haeseleer met belastinggeld de democratie ontmantelt op deze manier hun aanhang en electoraat uit.

Van den Abeele brengt vooral oudere en kwetsbare Ninovieters in beeld, want dit past in de beeldvorming die hij ons opdringt. Hij laat mensen zoals Rita zeggen: “Velen zeggen dat we ons beter zwart zouden kleuren om iets van het OCMW te krijgen.” Een groepje jongeren treedt hij tegemoet met de uitspraak: “Ik hoor veel mensen zeggen dat het hier zo gevaarlijk is”, waarop een van de jongeren laconiek repliceert: “Ze slaan je hier tot je een bloedneus krijgt.”

Van den Abeele stelt eigenlijk geen vragen in zijn reeks. Als een mitraillette vuurt hij meningen en quotes op de Ninovieters af: “Er zijn veel mensen die als ze de naam Ninove horen, denken: dat zijn daar die mensen die problemen hebben met migranten, met mensen met een andere huidskleur. Mensen denken dat jullie racisten zijn. U beschouwt dat niet als een verrijking, die nieuwe culturen?”

WERELDVREEMD

De documentairemaker zet burgemeester Tania De Jonge (Open Vlaamse Liberalen en Democraten) neer als een eenzaam, dwalend heerschap. Het past in het binaire schema dat Van den Abeele ons oplegt: dat van de populaire, volkse en luisterende Guy D’haeseleer tegenover de quasi wereldvreemd neergezette De Jonge, die doet wat elke rechtgeaarde en democratische burgemeester in ons land moet doen: dossiers vreten, besturen en de rechtsstaat respecteren in plaats van het recht in eigen handen te nemen.

Andere politici en politieke partijen komen in de reeks niet aan het woord of in beeld, want deze passen niet in het binaire schema van de maker. Op deze manier doe je de democratie onrecht aan.

“We willen in eerste instantie zorgen voor onze mensen”, zegt D’haeseleer op weg naar het pretpark. “Maar je ziet het goed: op onze bus naar Bellewaerde zitten ook allochtonen. Zij schikken zich in ons narratief. Ze komen in Ninove wonen en willen zich aan ons aanpassen.”

D’haeseleer houdt een ondubbelzinnig pleidooi voor assimilatie en voor een opdeling in gewenste en ongewenste burgers en dit passeert gewoon alsof het een fait divers is. Terwijl menigeen het over het cordon sanitaire blijft hebben, staan de sluizen in menig productiehuis en televisiestudio wijd open. Ze normaliseren aan de lopende band radicaal-rechts en weigeren het te hebben over de immense menselijke schade dat het discours en het partijprogramma van Vlaams Belang veroorzaakt.

Wat ik door mijn tocht door de Denderstreek heb geleerd, is dat de lokale bevolking er als gevolg van de economische globalisering heel wat zaken zijn kwijtgespeeld. Ze zagen de lokale tewerkstelling en lokale handel verdwijnen, de publieke dienstverlening werd afgebouwd, mensen zien het traditionele verenigingsleven afkalven door toedoen van de politieke ontzuiling.

Het Vlaams Belang maakt de mensen wijs dat dit hen is afgepakt door de nieuwkomers en de migranten, terwijl net deze groep ervoor zorgt dat de welvaart op peil wordt gehouden. Heel wat jobs – onder meer in de zorg, in slachthuizen en in de retail – worden uitgevoerd door de nieuwkomers, vaak omdat de lokale bevolking hun neus ophaalt voor dit soort jobs.

Bovendien slaagt het overgrote deel van de bevolking in de Denderstreek erin om vreedzaam en begripvol met elkaar samen te leven. Laat me eindigen met de dringende en warme oproep om verhalen en programma’s te maken die de vele zaken die mensen met elkaar delen en gemeen hebben onder woorden en in beeld te brengen. Laat ons de manier waarop de mensen erin slagen om samen te leven ‘verkoopbaar’ proberen te maken, in plaats de polarisatie op de spits te drijven.

Geef een reactie